Variëteiten


Zebravink:zebravink
Komt uit Australië, is 10 - 11 cm. groot. Behoort tot de geliefdste, meest geharde en snel tot voortplanting overgaande prachtvinken.
Sociaal, levendig, sterk en gemakkelijk tam te maken.
Een uitstekende vogel voor alle typen volières en grote kooien. Het legsel bestaat uit 4 - 6 eieren. In de natuur is het nest flesvormig met een ingangstunnel.

 

Mozambiquesijs:
Komt uit het zuid-oosten van Afrika en is 11 - 12,5 cm. groot. Aanbevolen vanwege: lang leven, levenskracht, verschijning, heldere en sterke zang en gemakkelijke verzorging. Het vrouwtje legt en bebroedt 3-4 bleekblauwe eitjes. Broedtijd: 13-14 dagen. Het mannetje voert het vrouwtje op het nest.

 

Rijstvogel:
Komt van oorsprong van Java en Bali en leeft daar in grote zwermen op de rijst- en bamboevelden en is 14 cm. groot. Rijstvogels zijn ideale en gezellige volièrevogels.
De rijstvogel, wellicht de prachtvink die het best bestand is tegen ons klimaat en het leven in gevangenschap, is een bereidwillige broedvogel in een ruime, rustige volière en heeft een legsel van 4-7 eieren, die na 12-15 dagen broeden uitkomen.

 

Gould-Amandine:gouldamadines
Deze 12-13 cm. grote prachtvink bewoont in de natuur
de warme savannen van Noord-Australië. Het is een echte gezelschapsvogel, waarvan verschillende mutanten bestaan
(bv. blauw, lila, witborst). Het vrouwtje is doffer van kleur en haar snavel wordt donkergrijs gedurende het broedseizoen. Het legsel bestaat uit 5-8 eieren. De jongen komen na ongeveer 16 dagen uit en verlaten het nest 24-25 dagen later.

 

Spitstaart-Amandine:
Deze vogel heeft een lengte van 15-18 cm. In de natuur wonen ze hoog in Eucalyptusbomen en in open bossen; zelden in open graslanden en struikgewas. Altijd in de buurt van waterlopen.
Verspreiding: noordelijk en noordwestelijk deel van Australië. De spitstaart-amandine is doorgaans een goede broedvogel als de volière rustig is. De ouders lossen elkaar af bij het broeden dat 13 dagen duurt.

 

Kanarie: kanarie
De kanarie is van oorsprong een Europese vogel die vooral in het zuidelijk deel voorkomt. Een misverstand is dat Canarische Eilanden hun naam danken aan de kanarie. Dat de canarische eilanden hun naam aan deze vogel te danken hebben is onjuist. De Canarische eilanden hebben hun naam te danken aan de honden (Canis in het latijns) die daar (blijkbaar) veel rondliepen. Vrij vertaald werden de eilanden toen de Canarische eilanden genoemd en waarschijnlijk komt daar de naam kanarie vandaan.
De kanarie wordt wereldwijd veelvuldig gekweekt.
Het is een vogel die niet al te moeilijk te kweken is, hij stelt geen hoge eisen aan de verzorging en is over het algemeen erg sterk.
Ook in de binnen- of buitenvolière zijn kanaries prima te houden. Ze zijn vreedzaam tegenover andere vogelsoorten, ook tegen hele kleine. Met de juiste voorbereiding (gewenning vooral) zijn kanaries ook gerust het hele jaar buiten te houden, een beschutte, droge en tochtvrije slaapplaats is voldoende.

Edelzanger:

Komt van oorsprong uit Afrika en leeft daar in struikgewas, tuinen, parken bij dorpen en boerderijen. De mannetjes zijn goede zangers en wedijveren vooral in het broedseizoen met elkaar. Kwaad doen ze elkaar of anderen niet. Het vrouwtje vlecht een nestje en legt 3-4 witte of bleekgroene eitjes met zwarte vlekjes. De broedduur is ongeveer 2 weken. Deze soort is vaak met kanaries gekruist.

 

Chinese Dwergkwartel:
Verspreiding: Van India, Sri Lanka, China, Sulawesi en de Molukken tot in Australië. De hen legt 4-6 olijfgrijze of olijfbruine eitjes met zwarte strepen en vlekjes. Broedduur 16 dagen, alleen de hen broedt. De jongen lijken net kleine donsballetjes, die door het gaas van de volière naar buiten kunnen kruipen. Na ongeveer 2 maanden zijn de jongen volwassen en moeten van de ouders gescheiden worden.

 

Grasparkiet:
Deze ca 20 cm. grote parkiet behoort tot de groep der platstaartparkieten. Hij bewoont het droge binnenland van Australië over een groot en verspreid gebied waar hij lange trektochten maakt, alleen niet in de broedtijd, zodat hij soms in zeer grote aantallen (duizenden) optreedt om er dan jarenlang niet meer terug te keren. De grasparkiet en zijn kleurvormen behoren tot de geliefdste kooi- en volièrevogels. Hij wordt makkelijk tam en broedt zonder moeilijkheden in een houten broedkast.

 

Japanse Nachtegaal:
De 13 cm. grote Japanse nachtegaal is de bekendste van alle timalia's. Hij bewoont in 6 rassen het onderhout van eiken- en naaldwouden in het bergland van India, Sikkim, Birma en China.
Door zijn aangenaam, klankrijk gezang, is hij een geliefde kooi- en volièrevogel. Het lukt alleen enkele vrij ervaren vogelkwekers om met de fok van nachtegalen successen te boeken. Ook staan deze vogels erom bekend dat ze andere vogels storen in hun broedperiode.

 

Tortelduif (lachduif):
Verspreiding: In het centrum van Los Angeles ( Californië ) komt een kolonie " in het wild ' voor.
Hij is vriendelijk ook tegen kleine vogels. Problemen zullen zich niet voordoen tot er eieren gelegd worden. De duif legt namelijk haar 2 witte eieren overal in de volière, als er geen broedplaats is voorzien. Dat kan een mandje, een sigarenkistje, een platform van gaas enz. zijn. Als nestmateriaal worden kleine twijgjes en stro gebruikt.

 

Siberische spreeuw:
Woongebied: het noorden vam China en Siberië. Het is een vrolijke, sterke en prettige vogel en heeft een aangenaam stemgeluid. In de nestelperiode zonderen paartjes zich af. Op dat moment is de zang het allermooist. Ze maken hun nest van plantaardige vezels en gedroogd gras en bekleden het met vogelveertjes. Het legsel bestaat uit 5 of 6 blauwe of lichtgroene eieren.